Wat mogen we verwachten?

Kerkhove is een klassieker in de Vlaamse archeologie. Sinds de jaren ’70 tot het begin van de 21e eeuw werden op de Waarmaardse kouter tussen de dorpskernen van Waarmaarde en Kerkhove, systematische archeologische opgravingen uitgevoerd door de Vereniging voor Oudheidkundige Bodemonderzoek West-Vlaanderen (Vobow). Kerkhove is vooral gekend om zijn Romeinse baanpost of afspanning langs de Romeinse heirweg. Naast de talrijke Romeinse sporen werden ook sporen en artefacten aangetroffen uit het mesolithicum, het neolithicum, de brons- en ijzertijd en de Vroege Middeleeuwen.

Waar in het verleden vooral werd gegraven op de hoger gelegen kouter, richt het actuele onderzoek zich op het alluviale gebied langs de Schelde. Voorafgaand booronderzoek bracht hier een stroomrug aan het licht, parallel met de Schelde en afgedekt met venige en kleiige sedimenten. Een stroomrug is een natuurlijk hoogte die ontstaat langs een meanderende rivier: een aantrekkelijk woonplaats dicht bij het water, maar met de mogelijkheid om de voeten droog te houden. Op deze stroomrug huisden in het Mesolithicum  (ca. 8700-5300/4500 v. Chr.) dan ook jagers-verzamelaars. Vanaf het Boreaal lijkt de stroomwal geleidelijk aan ten prooi te zijn gevallen aan het water: eerst door de vorming van een groot moeras waarin veen is ontstaan, en later door overstromingen van de Schelde, wat leidde tot de afzetting van dikke kleiige sliblagen. De stroomrug, of althans de laagste delen ervan, zou dus al in de loop van het mesolithicum geleidelijk natter zijn geworden en dus ook minder aantrekkelijk voor menselijke bewoning.

Het stijgende water mag dan weinig uitnodigend geweest zijn voor mogelijke bewoners, goed is het alleszins voor de bewaring van organische resten zoals hout en bot. We graven dan ook naar een goed bewaarde prehistorische vindplaats met niet alleen stenen gebruiksvoorwerpen (pijlpunten, schrabbers, boren, …), maar ook dierlijk slachtafval, plantenresten en eventueel zelfs werktuigen in been, gewei en hout.

Het actuele archeologische onderzoek wil onze kennis verruimen over de organisatie van het dagelijkse leven in de vroege Prehistorie. Talrijke vragen werpen zich op: wanneer was de stroomrug precies bewoond? hoe werd deze natuurlijk hoogte ingericht om bewoning mogelijk te maken? wat vertellen artefacten en archeologische sporen ons over de dagelijkse activiteiten van de bewoners en de levenskwaliteit in prehistorisch Kerkhove? De archeologische aandacht is zeker niet alleen op de stroomrug en de Prehistorie gericht. Ook recentere perioden zoals de Romeinse tijd en de Vroege Middeleeuwen zijn een aandachtspunt. Hierbij is de relatie tussen de mens en zijn omgeving de achterliggende rode draad in het onderzoek. Het project zal dan ook een unieke kijk geven op het landschap zowel voor, tijdens als na de prehistorische bewoning. In dit opzicht is het geplande onderzoek te Kerkhove een unicum: informatie over zowel mens als landschap zal verzameld worden en dit voor een tijdspanne van minstens 10.000 jaar. Dit zal archeologen toelaten om na te gaan hoe de mens zich in de loop der eeuwen heeft aangepast aan een sterk veranderende omgeving.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s