Pollenalarm: januari en februari, de hazelaar in bloei

Bomen en planten in bloei verspreiden pollen of stuifmeelkorrels. Voor veel mensen staat stuifmeel gelijk aan allergie en bijhorende rode ogen of niesbuien. Niet voor archeologen: de studie van fossiel stuifmeel uit de bodem vertelt immers veel over vegetatie in het verleden. Gekoppeld aan de studie van plantenresten zoals stukjes hout, zaden en vruchten is het mogelijk een nauwkeurig beeld te schetsen van landschap en milieu door de eeuwen heen.

In de berichtenreeks ‘pollenalarm’ brengen we iedere maand een kort stukje rond een boom of plant in bloei. Hiervoor volgen we het ritme der natuur. Met de hedendaagse pollenkalender in de hand keren we terug in de tijd, en bekijken we wanneer de plant of boom in kwestie de eerste keer verschijnt in Kerkhove en wat dit betekende voor de mens. Gids bij dit alles is Luc Allemeersch, onze specialist plantenresten en enthousiast natuurliefhebber.

In dit bericht hebben we het over de hazelaar, naaktbloeier uit de berkenfamilie die ieder jaar zowat als eerste zijn stuifmeel verspreid.

De hazelaar (Corylus avellana) is een struik uit de berkenfamilie. De hazelaar vormt dus geen stam en vertakt zich onmiddellijk boven de grond. Je herkent de struik aan het blad dat de vorm heeft van een aangepunt en getand omgekeerd ei. De vrucht van de hazelaar is de hazelnoot, en is met zijn bruinrode kleur minstens even kenmerkend. De hazelaar is een naaktbloeier: hij bloeit voor hij bladeren heeft en is voor bestuiving afhankelijk van de wind. De mannelijke en vrouwelijk bloemen zitten apart op de takken. De mannelijke bloemen zitten in katjes. De vrouwelijke bloemen zitten met drie tot vier stuks in een knopje bij elkaar. Het zijn de mannelijke bloemen die in deze periode van het jaar stuifmeelkorrels verspreiden.

Via onderzoek van fossiele stuifmeelkorrels weet onze palynologe Annelies Storme dat zowat 10 000 jaar geleden de eerste hazelaar opduikt in Kerkhove (voor meer info rond de palynologie van Kerkhove kan je hier terecht). In de nasleep van de laatste ijstijd wordt het klimaat steeds warmer en verdringt de hazelaar de vroegste boomsoorten waaronder berk en den. Kort daarna verschijnen ook de iep en de eik. Samen met de hazelaar vormen zij al snel een gemengd loofbos. We zitten dan in het Mesolithicum, de periode waarin ook de eerste jagers-verzamelaars verschijnen langs de Schelde in Kerkhove.

Mogelijk werd hazelaar gebruikt door de prehistorische mens voor het maken van pijlen en houten onderdelen van werktuigen. Het soepele hout leent zich ook uitstekend voor vlechtwerk zoals we weten uit recentere voorbeelden. Het lijkt er ook op dat tijdens het Mesolithicum de mens bewust op zoek ging naar hazelaar als brandstof voor het maken van vuur. Met 100% zekerheid weten we dat de hazelnoot een belangrijk onderdeel was in het prehistorische dieet. Niet zo verwonderlijk want hazelnoten zijn rijk aan vitamine E en bevatten veel energie.

In Kerkhove vinden we grote hoeveelheden hazelnootschelpen terug. Vooral verkoolde exemplaren: zij bewaren immers beter in de bodem dan niet-verkoolde hazelnootschelpen. Concentraties van zulke verkoolde schelpen kunnen wijzen op het roosteren van hazelnoten. Meestal gaat het echter om etensresten die na consumptie in het vuur werden gegooid.

Volgende maand vertellen we jullie meer over de els, een andere naaktbloeier uit de berkenfamilie.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s