Van Bavay naar Aardenburg ? Even stoppen in Kerkhove…

Iedereen herinnert zich nog wel de Romeinse weg die enkele maanden geleden werd opgegraven in Kerkhove. In het noordelijke deel van de bouwput werden twee parallelle grachten aangetroffen zo’n negen meter van elkaar verwijderd. De grachten van meer dan 1,5 meter breed bakenden een zone af waarin op een eerste niveau steen en ceramisch bouwmateriaal uit de Romeinse tijd werd gevonden. Eronder situeerde zich een laag kleiig en venig materiaal doorspekt met kleine fragmenten gebruiksaardewerk uit dezelfde periode. Op een enkele plaats was ook een houten onderbouw bewaard bestaande uit kruislings gelegde balken en twijgen afgebakend door houten staken.

In dit bericht werpt Wim De Clercq, docent historische perioden aan de Universiteit Gent, zijn licht op de zaak. Hij brengt de recente vondsten in verband met de resultaten uit het onderzoek op de Waarmaardse Kouter tijdens de jaren ’70-’90 en zo komt hij tot een opmerkelijke hypothese rond de mogelijke betekenis van de Romeinse weg uit Kerkhove.

«Zowel naar vorm als opbouw kan het geheel als typevoorbeeld van een Romeinse weg gekenmerkt worden»,  aldus Wim De Clercq. «Belangrijke Romeinse wegen werden in onze gewesten aangelegd volgens het vaste stramien, weliswaar aangepast aan de bodem en het lokale landschap. Typisch was een gelaagde opbouw: in tijdelijk natte landschappen was een houten basis een must. Hierboven werd dan een opgehoogd weglichaam aangelegd in klei, zand of grind, door de Romeinen ook wel ager genoemd. Dit weglichaam kon met bouwpuin of grotere steenblokken geplaveid zijn en kende aan beide kanten een helling naar de flankerende grachten toe, waardoor het wegdek goed kon draineren en vlot verkeer mogelijk bleef. Opgebouwd volgens de regels van de kunst en met een wegdek, van zo’n zeven meter breed, was de weg in Kerkhove vermoedelijk van bovenlokaal belang. Grote hoofdwegen zijn in Noord-Gallië doorgaans tussen zes en acht meter breed. Secundaire wegen zijn meestal onverhard, smaller, en slingeren zich door het landschap. Gezien de negen meter tussen beide grachten, is de kans dus groot dat we in Kerkhove met een hoofdweg te maken hebben die één of meerdere belangrijke plaatsen met elkaar verbond.»

Een bevestiging van dit vermoeden lijkt te schuilen in het onderzoek van de jaren ’70-’90 op de hoger gelegen Waarmaardse Kouter. Hier werd een mansio aangetroffen, een baanpost met regionale administratieve en logistieke functie die vaak werden ingeplant op een kruising van land- en waterwegen. Net buiten de omwalling van deze afspanning stootten archeologen destijds zonder het te beseffen op  één en mogelijk zelfs twee Romeinse wegen. Het duidelijkste tracé kent quasi gelijkaardige  afmetingen als de weg uit het actuele onderzoek. Ook de opbouw is dezelfde. Bovendien lijken beiden tracés op elkaar aan te sluiten, rekening houdende met het verloop van het landschap.

Het Romeinse wegdek ligt in het verlengde van een lokale veldweg die meer naar het noorden toe aansluit bij een lokale weg met de naam Pontstraat: niet toevallig de weg naar de brug of oversteek. Een brug die men kan verwachten op de plaats waar de weg uit het actuele onderzoek samen met een aantal karrensporen de Rijt kruist. Het tracé kent een verder verloop naar het noorden in de richting Kaster en Kruishoutem. De laatste plaats is gekend als Romeins religieus centrum en wegenknooppunt.

Professor Wim De Clercq is dan ook enthousiast over de recente vondst. Hij sluit niet uit dat het onderzochte wegdek een restant is van de Romeinse hoofdweg die van de stad Bavay (Bagacum) over Blicquy, Kerkhove, Kruishoutem, Aalter naar het noorden liep om in Aardenburg (NL) een eindpunt te vinden: «De eerdere interpretatie als baanpost als mansio, of op zijn minst een Romeinse afspanning met semi-officieel karakter, opgegraven op de droge kouter, krijgt hiermee een bevestiging. De baanpost  situeerde zich immers vlak naast de weg en mogelijk aan een aftakking ervan richting Oudenburg, een ander belangrijk Romeins kustfort.  De verdere studie van de in 2015 opgegraven weg zal meer gegevens opleveren over de structurele opbouw, het landschap en leven doorheen de tijd langsheen de route. Ook zal het vermoedelijk verder verloop van de route in de ruime omgeving in kaart worden gebracht.»

Rogge M. 1981, Een Merovingische nederzetting te Avelgem – Kerkhove (West-Vlaanderen), in Van Doorselaer (red.), De Merovingische beschaving in de Scheldevallei (Westvlaamse Archaeologica Monografieën 2), Kortrijk, 64-102.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s