Klein maar pijn. Microlieten en prehistorische pijlbewapening

In het Mesolithicum of de Middensteentijd werd gebruik gemaakt van bijzonder kleine aangepunte (vuur)stenen objecten bij het maken van erg complexe werktuigen. We noemen deze microlieten. De voorbije maanden kwamen in Kerkhove talrijke microlieten aan het licht; ze worden doorgaans geassocieerd met de bewapening van mesolithische jagers-verzamelaars. In dit bericht zoomen we in op deze prehistorische jachtwapens en gaan we dieper in op vorm, montage en trefkracht.

Laten we beginnen met een wel erg fundamentele vraag: wat beschouwen archeologen in Vlaanderen als microlieten? Etymologisch bestaat het woord ‘microliet’ uit twee delen: ‘micro’ en ‘lithos’, beiden Griekse woorden die respectievelijk ‘klein’ en ‘steen’ betekenen. Microlieten zijn inderdaad kleine stenen objecten, meestal amper 1 tot 3 centimeter lang. Ze worden gemaakt door een fragment van een brok vuursteen of vuursteenknol af te slaan en verder aan één of twee uiteinden aan te punten.

In Kerkhove is de variatie aan microlieten groot; we treffen er vooral driehoeken (1-4), segmenten (9-11), trapezia (8) en verschillende types spitsen met afgeronde of geretoucheerde basis (5-7) aan. Eén voor één worden ze beschouwd als onderdeel van mesolithische pijlbewapening. Microlieten zijn vooral kenmerkend voor het Mesolithicum, maar komen ook al voor op het einde van de laatste ijstijd, tijdens het Finaal-Paleolithicum. Ze worden vaak in verband gebracht met de toenemende bebossing van het landschap en het verschijnen van typisch boswild, zoals ree, everzwijn, oerrund en edelhert. De jacht op deze verspreide dieren vergde de ontwikkeling van doeltreffende pijl en boog uitrusting.

Maar hoe werden deze spitsen nu precies omgetoverd tot bruikbare jachtwapens? Om deze vraag te beantwoorden verplaatsen we ons naar de regio Scania in het uiterste Zuiden van Zweden. In de nabijheid van het meer van Ringsjön werd in 2009 een bijzondere ontdekking gedaan. Archeologen troffen hier een deel van een houten pijlschacht uit het Mesolithicum aan. De schacht was gemaakt uit olm. Op de top van de schacht was een microliet als pijlpunt gemonteerd; verder op de schacht zaten vier kleinere microlieten die dienst deden als weerhaak. Al deze vuurstenen onderdelen werden op de schacht bevestigd met hars.

Meer informatie over het gebruik van mesolithische microlieten als pijlbewapening vinden we ook terug in een onderzoek van de Universiteit Gent. Bij de aanleg van het Verrebroekdok in de Antwerpse haven eind jaren ’90 werd een groot aantal microlieten, sterk gelijkend op die van Kerkhove, aangetroffen. Microscopisch detailonderzoek naar impactsporen wees op een verschillend gebruik van de microliettypes. Microlieten waarvan de basis geretoucheerd was, bleken vooral dienst te hebben gedaan als pijlpunt. De verdunde basis maakte het zonder twijfel mogelijk de microlieten stevig vooraan op de schacht te monteren. Alle andere types microlieten leken eerder als weerhaak en slechts occasioneel als pijlpunt gebruikt te zijn (ii).

Waren deze mesolithische pijlen nu ook doeltreffend en dodelijk? Deze vraag was het uitgangspunt van een wel erg boeiend voorbeeld van experimentele archeologie. In de winter van 1998 ensceneerden medewerkers van de Universiteit Gent en het Préhistomuseum Ramioul een mesolithische jachtpartij (ii). Als wapen werd gebruik gemaakt van een boog met pijlen uit walnotenhout. Op de pijlen werd met behulp van hars telkens één microliet als pijlpunt gemonteerd en één of twee andere microlieten als weerhaak.

Vanop een vaste afstand van 20 meter werden deze pijlen afgevuurd richting een pas geslacht schaap. De impact was enorm. Verschillende pijlen drongen dwars door de prooi heen, terwijl het merendeel van de pijlpunten bij het binnendringen van het kadaver afbrak. In combinatie met de weerhaken op de schacht zorgde dit voor dodelijke wonden waarbij vitale organen zoals de lever simpelweg werden opengereten. Bij het terugtrekken van de pijl bleven de meeste weerhaken dan wel achter in het schaap, maar de schacht van de pijl kon hierdoor wel gerecupereerd worden zonder breken. Een bijkomend voordeel want het maken van een perfect gerechte schacht was een erg tijdrovende en gespecialiseerde bezigheid.

Een mooi filmpje over de aanmaak mesolithische pijlen vind je hier op het Youtubekanaal van Shawn Woods. Wie meer wil weten over experimentele archeologie kan altijd terecht op de website van ExArc.

(i) Larson L. & Sjöström A. 2010, Mesolithic research in the bog Rönneholms mosse, southern Sweden, Mesolithic Miscellany 21-1, pp. 2-9.

(ii) Crombé Ph., Perdaen Y., Sergant J. & Caspar J.-P. 2001, Wear Analysis on Early Mesolithic Microliths from the Verrebroek Site, East Flanders, Belgium, Journal of Field Archaeology 28-3/4, pp. 253-269.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s