Ondertussen hoger op de stroomrug

Na het onderzoeken van de jongere bodemlagen, vooral venige en kleiige riviersedimenten die werden afgezet in de loop der eeuwen, bereikten we afgelopen zomer het prehistorische bodemniveau. Sindsdien onderzoeken we stap voor stap de sporen van de mesolithische jagers-verzamelaars die ooit huisden in Kerkhove. Zo zijn we nu beland op de top van de stroomrug, een zone met een bijzonder hoog archeologisch potentieel. In dit bericht vind je alvast een eerste kort verslag en een timelapse-video van de voorbije weken. 

Het verhaal van de prehistorische nederzetting in Kerkhove begint op het einde van de laatste ijstijd in een periode dat het landschap een drastische verandering ondergaat: rond 15.000 jaar geleden verdween het oorspronkelijk verwilderd rivierensysteem (verantwoordelijk voor het uitschuren van de Scheldevallei zo’n 200.000 jaar eerder) en ontwikkelde zich een meanderend rivierenlandschap. Van dan af stroomde alle water door één diepe en brede geul die zich kronkelend een weg door de vallei zocht. Door het grote debiet (tot 3 tot 5 keer hoger dan vandaag) trad deze voorloper van de Schelde vaak buiten haar oevers met een relatief brede overstromingsvlakte tot gevolg (beige).

Ter hoogte van Kerkhove ontwikkelde zich in deze overstromingsvlakte een droge hoogte of stroomrug (oranje). In eerste instantie vestigden jagers-verzamelaars zich nog aan de rand van de overstromingsvlakte op iets hoger gelegen windwallen (geel). Maar, rond 11.000 jaar geleden, wanneer het debiet van de Schelde al fel geminderd was en delen van de meanderende riviergeul opgevuld raakten met zand en veen (bruin/grijs), vestigden ze zich ook op de stroomrug, die toen bebost was met vooral dennen en hazelaar. Het zijn de kampementen van deze jagers-verzamelaars die wij vandaag in Kerkhove onderzoeken.

Niet toevallig begonnen we ons onderzoek in de natte, lager gelegen delen van het prehistorische landschap: opgraven kan hier enkel op een degelijke manier tijdens de droge zomermaanden. De eerste resultaten van dit terreinwerk kwamen al aan bod in vorige berichten. Nu, met de herfst en het slechte weer voor de deur, schuiven we op richting de top van de stroomrug. Kleine zones met talrijke vuurstenen artefacten (waaronder diverse stekers, schrabbers en pijlpunten), botresten en ander organisch materiaal tonen aan dat hier in het mesolithicum jagers-verzamelaars erg actief waren. Ook niet zo verwonderlijk: de hoger gelegen delen van de stroomrug waren tijdens de prehistorie relatief droog en vlak, en dus ook beter bewoonbaar dan de natte en steile flanken richting rivier. Meer details en resultaten volgen binnenkort.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s