Archeologie in dambordpatroon

Na een aantal kleinere steekproeven is de opgraving van de prehistorische oeverwal echt van start gegaan. Meer en meer begint het opgravingsterrein op een dambord te lijken. Eerst is een raster met vlakken van 5 m bij 5 m uitgezet. Vervolgens worden deze vakken laag per laag in kleinere eenheden van 0,5 m bij 0,5 m uitgeschept. Het opgegraven sediment wordt dan gezeefd, gedroogd en onderzocht op archeologische vondsten zoals vuurstenen artefacten en organische resten, waaronder plantenresten en beenderfragmenten. De wanden van de opgravingsvlakken worden steeds gefotografeerd om de bodemopbouw te bestuderen.

Ieder vak en elk laagje van 10 cm krijgt een uniek ID via een QR-code. In een verder stadium van het onderzoek, wanneer het volledige terrein is uitgegraven, kan men via dit code-systeem makkelijk de verspreiding van vondsten in kaart brengen. Zo kan men op zoek gaan naar ruimtelijke patronen die informatie verschaffen over het leven op deze prehistorische kampen. De registratie in laagjes laat toe de chronologische evolutie van de site te bestuderen en de opbouw van bepaalde meer permanente structuren zoals haardkuilen.

Verschillende vuurstenen objecten kwamen al aan het licht, zowel gebruiksvoorwerpen als vuursteenfragmenten die getuigen van de productie van gebruiksvoorwerpen. Zo werden er verschillende zogenaamde kernen en klingen aangetroffen. Om een werktuig te maken sloeg de prehistorische mens eerst een fragment van een brok vuursteen of vuursteenknol. Vaak gebruikte hij hiervoor een stenen of houten hamer. Zo’n afgeslagen fragment noemt men een afslag of kling. De restfractie van de knol noemt men dan weer een kern. Door de fijne en snijdende boorden konden afslagen en klingen direct als mes gebruikt worden, bijvoorbeeld voor het snijden van vlees, huiden of planten. Soms was het echter nodig om een werktuig met een specifieke vorm te maken; hiervoor diende men de afgeslagen fragmenten verder te bewerken of retoucheren.

Tijdens de opgraving werden al verschillende geretoucheerde werktuigen aangetroffen, vooral kleine spitsen, die vanwege hun kleine  afmetingen (<2-3 cm) microlieten worden genoemd. Ze deden wellicht dienst als pijlpunt en weerhaak op houten jachtpijlen. Verder zijn ook nog enkele schrabbers gevonden, een werktuig dat veelal voor het reinigen en soepel wrijven van huiden werd gebruikt. Bij het organisch materiaal springt dan weer de aanwezigheid van beenderresten van hert in het oog. Meer hierover in een volgend bericht.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s