Steekproef op de oeverwal – Part 1

Ondertussen bereikten we de top van de oeverwal. Centraal in de werkput wordt nu een brede sleuf gegraven om een beter zicht te krijgen op de stratigrafische opbouw van deze natuurlijke hoogte en op de spreiding van eventueel prehistorisch vondstmateriaal. Minstens drie van deze testputten worden de komende maanden aangelegd. De kennis uit deze steekproeven levert ons de juiste bagage om het verdere onderzoek van de oeverwal in te zetten en tot een goed einde te brengen.

De methode die wordt gehanteerd, is steeds dezelfde: eerst graven we het resterende veen op de flank van de helling verder af. Dit gebeurt traag en in samenspraak met onze geoloog, die doorlopend op basis van boorstalen bepaald hoeveel veen er nog mag en kan afgenomen worden zonder het prehistorisch loopvlak te verstoren. In combinatie met gegevens uit de landschappelijke boringen, krijgen we zo een nauwkeurig beeld van het verloop van de oeverwal. Eens de laatste veenpakketten zijn verwijderd, wordt het oppervlak ingedeeld in vlakken van 5m bij 5m. Vervolgens wordt het sediment laag per laag uitgegraven en gezeefd. Om te voorkomen dat de bodem ondertussen uitdroogt en verhardt, wordt het opgravingsvlak afgedekt met folie.

De komende weken zullen we regelmatig berichten over de verdere ontwikkelingen in de verschillende testputten. Eén vondst is alvast het vermelden waard: een stronk van een boom die vermoedelijk dateert in het Atlanticum om en bij de 8000-6000 jaar geleden. Dendrochronologie en bepaling van de houtsoort zal mogelijk een meer nauwkeurige datering opleveren.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s