Staakjes in het veen

In een vorig bericht kwam de vondst van een mogelijke Romeinse weg op het veen aan bod. Een merkwaardige vaststelling was de aanwezigheid van talrijke aangepunte staakjes in het veen en in de bovenliggende jongere kleilagen. Meestal werden er meerdere staakjes samen aangetroffen in rijformatie. Sommige van deze rijtjes dateren vermoedelijk net als de wegconstructie uit de Romeinse periode. Anderen, die werden aangetroffen in de hoger kleilagen zijn duidelijk jonger. In een enkel geval werden een reeks staakjes aangetroffen parallel met de Romeinse grachten en de houten weg. Een aantal werden dan weer in de grachten en door de wegbedding geduwd, vermoedelijk nadat de weg in onbruik was geraakt. De meest staakjes werden echter verspreid over het opgravingsterrein teruggevonden. De precieze betekenis van de staakjes blijft voorlopig een raadsel. Om meer antwoorden te vinden zullen de vondsten uit Kerkhove in de toekomst getoetst worden aan vergelijkbare vondsten in binnen-en buitenland.

Het hout werd bemonsterd om te dateren via dendrochronologie en koolstofdatering, twee courante dateringstechnieken voor organische artefacten. Dendrochronologie is de meest accurate techniek; het bepaalt de leeftijd van een omgezaagde/gekapte boom door het tellen van de groeiringen tussen de rand (spint) en het centrum (kern) van de boom. In droge en natte jaren, of in koude en warme perioden, vormen bomen ringen van een verschillende breedte. Bomen uit hetzelfde gebied en blootgesteld aan dezelfde klimaatomstandigheden, hebben meestal hetzelfde groeipatroon. Aan de hand van deze groeipatronen zijn onderzoekers er gaandeweg in geslaagd om voor bepaalde regio’s een referentiecurve of tijdslijn uit te zetten. Wanneer er voldoende spinthout werd gebruikt bij het aanmaken van een artefact kunnen we de kap van de verwerkte boom vastpinnen op deze tijdslijn en zodoende op enkele jaren precies bepalen.

Radiokoolstofdatering richt zich dan weer op de verhouding koolstof in organismen en is minder precies dan de dendrochronologische methode. Tijdens het leven neemt een levend organisme zoals een boom voortdurend koolstof op in dezelfde verhouding 12C- en 14C-isotopen als zijn omgeving. Op de moment dat deze boom dood gaat, stopt ook de opname van koolstofisotopen. Vanaf dan neemt de hoeveelheid 14C af, terwijl de hoeveelheid 12C gelijk blijft. De verhouding tussen 14C en 12C wordt dus alsmaar kleiner. Omdat we weten hoe snel de afname van 14C gaat, kunnen we berekenen hoe lang geleden de boom is gestopt met 14C opnemen, weliswaar met een zekere marge.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s